Waarom pakte het onweer van afgelopen zaterdag zo zwaar uit?
Grote hagelstenen in Hilversum | Robin Weekamp Zaterdagavond kwam abrupt een einde aan het extreem warme weer. Op veel plaatsen trokken uitzonderlijk zware onweersbuien over Nederland. Daarbij werden meer dan 300.000 bliksemontladingen geregistreerd. De buien ontstonden binnen mum van tijd. Hoe kon de atmosfeer zo explosief reageren?
Overdag liep de temperatuur in grote delen van Nederland op tot ruim boven de 30 graden. Daarbij was het zeer vochtig en benauwd. Deze combinatie zorgde ervoor dat de atmosfeer als het ware vol energie kwam te zitten. Meteorologen spreken in zo’n situatie van een zeer onstabiele atmosfeer. De warme lucht nabij het aardoppervlak wilde voortdurend opstijgen, maar had daarvoor nog wel een laatste zetje nodig.
Dat zetje kwam zaterdagavond in de vorm van een storing die vanuit het westen over het land trok. Op zo’n lijn botsen luchtstromen op elkaar, waardoor de lucht gedwongen wordt op te stijgen. Omdat de atmosfeer al op scherp stond, was slechts een kleine verstoring voldoende om de aanwezige energie explosief vrij te maken.
Buien groeiden explosief
Opvallend was vooral de snelheid waarmee de buien ontstonden. Op satellietbeelden was goed te zien dat sommige onschuldige stapelwolken binnen slechts vijftien minuten uitgroeiden tot zeer actieve onweerscellen. Zodra de warme en vochtige lucht eenmaal begon te stijgen, zette een soort kettingreactie in.

De opstijgende lucht koelde op grotere hoogte af, waardoor waterdamp condenseerde tot wolkendruppels. Bij dit proces komt warmte vrij, waardoor de stijgende lucht nog extra wordt aangejaagd. Hierdoor konden de buien razendsnel doorgroeien tot wolkentoppen van meer dan vijftien kilometer hoogte.
Daarnaast speelde ook de wind op grotere hoogte een belangrijke rol. Niet alleen nam de windsnelheid met de hoogte sterk toe, ook veranderde de windrichting. Dit verschijnsel, beter bekend als windschering, zorgt ervoor dat stijgende en dalende luchtstromen binnen een onweersbui van elkaar worden gescheiden. Daardoor worden buien niet direct door hun eigen neerslag verzwakt en kunnen zij veel langer actief blijven.
Juist de combinatie van enorme hoeveelheden beschikbare energie en sterke windschering maakte de atmosfeer zaterdagavond bijzonder explosief. Sommige onweerscellen organiseerden zich tot grotere buiencomplexen die over grote delen van het land trokken. Daarbij kwamen lokaal zeer zware regenval, grote hagel en windstoten van lokaal ruim boven de 100 kilometer per uur voor.
Tegelijkertijd ontstond boven Frankrijk een grootschalig onweerscomplex, ook wel een Mesoscale Convective System (MCS) genoemd. Terwijl de eerste zware buien al boven Nederland actief waren, trok dit systeem steeds sneller noordwaarts. In de nacht bereikte het systeem Nederland als volledig ontwikkeld onweerscomplex en trok het in enkele uren van zuid naar noordoost over het land. Daardoor kregen grote delen van Nederland opnieuw te maken met zwaar onweer, zeer veel bliksem, hevige regenval en lokaal zware windstoten.
Het noodweer zorgde op diverse plaatsen voor aanzienlijke schade en overlast. Vooral de grote hagelstenen richtten lokaal veel schade aan. In onder meer Hilversum viel hagel van enkele centimeters doorsnee, waarbij auto’s beschadigd raakten. In de Noordoostpolder raakte een kassencomplex zwaar beschadigd door de hagel. Daarnaast zorgden zware windstoten en hevige regenval op veel plaatsen voor overlast door omgevallen bomen, wateroverlast en talrijke meldingen bij de hulpdiensten.
Een week eerder ook al extreem onweer
Opmerkelijk is dat Nederland binnen relatief korte tijd opnieuw met een dergelijke zware onweerssituatie te maken kreeg. Hoewel meerdere zware onweersuitbraken in één zomer niet uniek zijn, laat het wel zien hoe dynamisch de atmosfeer tijdens zeer warme perioden kan zijn.
De extreme hitte lijkt voorlopig echter achter ons te liggen. De temperaturen zijn inmiddels teruggezakt naar waarden die beter passen bij de tijd van het jaar. De komende dagen verloopt het weer wisselvalliger met geregeld buien en beduidend lagere temperaturen dan tijdens de voorbije hitteperiode.