De weerkaarten worden stapsgewijs uitgebreid met
GFS,
ECMWF,
ICON en
Harmonie.
De modellen berekenen de ontwikkeling van de atmosfeer
vanuit waarnemingen van onder meer weerstations,
satellieten, radar, schepen, vliegtuigen en
weerballonnen.
GFS is het wereldwijde model van de
Amerikaanse weerdienst NOAA. Het bestrijkt de hele
aarde en is geschikt voor grote druksystemen,
luchtmassa’s, stormbanen en ontwikkelingen op langere
termijn.
ECMWF is het wereldwijde model van het
European Centre for Medium-Range Weather Forecasts.
Het model wordt veel gebruikt voor verwachtingen op
de middellange termijn.
ICON is het model van de Duitse
weerdienst DWD. De Europese uitvoering gebruikt binnen
Europa een fijner raster dan het wereldwijde model en
kan regionale verschillen gedetailleerder weergeven.
Harmonie is een fijnmazig regionaal
weermodel dat onder meer wordt gebruikt voor
gedetailleerde verwachtingen op de korte termijn.
Door meerdere modellen te vergelijken wordt zichtbaar
waar zij overeenkomen en waar nog onzekerheid bestaat.
Een vergelijkbare ontwikkeling verhoogt doorgaans het
vertrouwen. Grote verschillen wijzen op meerdere
mogelijke scenario’s.
Voor zowel de weerkaarten als de pluimen tonen we
maximaal 10 dagen vooruit. Naarmate
de termijn langer wordt, groeien kleine onzekerheden
uit tot steeds grotere verschillen tussen de
berekeningen.
Na ongeveer een week verschuift de nadruk van een
concrete verwachting naar mogelijke weerscenario’s.
Rond dag 10 kan nog zichtbaar zijn of zachter, kouder,
wisselvalliger of rustiger weer waarschijnlijker
wordt, maar exacte waarden en timing zijn dan vaak
onvoldoende betrouwbaar.
De weerpluimen zijn gebaseerd op
ECMWF ENS en
GEFS. Beide ensembles rekenen
meerdere mogelijke ontwikkelingen van de atmosfeer
door.
Met de modelknoppen kan één ensemble worden bekeken.
Via Vergelijk verschijnen ECMWF ENS
en GEFS per parameter direct onder elkaar.
De blauwe band bevat op ieder
tijdstip het middelste deel van ongeveer
70 procent van de losse ensembleleden.
De meest extreme hoge en lage uitkomsten vallen buiten
de band.
Een smalle band en compacte bundel betekenen relatief
veel overeenstemming. Wanneer de band breder wordt en
de lijnen uitwaaieren, neemt de onzekerheid toe.
De aanduiding Z staat voor UTC. In
Nederland is dat één uur later tijdens de wintertijd
en twee uur later tijdens de zomertijd. Tijdens een
modelupdate kunnen tijdelijk nog kaarten of pluimen
ontbreken.